Skip to content

Fwd: Hulp voor Haiti

januari 21, 2010

Met het oog op alle aardbeving-acties die deze week worden gehouden, hieronder een lokaal en warmhartig initiatief van een goede kennis. Ze maakt voorlichtingsfilms en is in Haiti opgegroeid:

Velen van jullie weten wellicht al van mijn langdurige betrokkenheid aan Haiti. Van embryo tot volwassen geworden filmmaakster – het land zit in mijn familie, in mijn bloed, en vooral in mijn hart. In Haiti heeft de grond heel hard geschud – en dat heeft ook de nodige bevingen veroorzaakt in mijn persoon. Daarom deze oproep. Want als persoon kan ik niet veel – ik hoop als groep wel.

Gedurende mijn leven ben ik nauw betrokken geweest met Hopital Albert Schweitzer, in het binnenland van Haiti. En nu ook in deze dagen volg ik het werk van deze ziekenhuis op de voet. Een term als ‘overuren’ komt zeer tekort wanneer we het hebben over het werk dat de medici daar nu verrichten. Files aan auto’s, vrachtwagens, taxis, paarden, fietsen – noem het maar op – staan kilometers lang voor de ingang om gewonden te brengen. Port au Prince – die het zwaarst getroffen is door de aardbeving – ligt op 3 uur rijden. En toch is dit de dichtsbijzijnde operatiezaal, de dichtsbijzijnde volledig werkend ziekenhuis. Iedereen komt dus hiernaartoe. De artsen werken dag en nacht door om iedereen te kunnen zien. De operatiezalen zijn 24 uur per dag open en bezet.

Het gevolg is dat de voorraden op raken. Medicatie, verbanden, brandcaren, brandstof voor electriciteit, voedsel en water raken op. En de fondsen om het aan te vullen. Er moeten ook versterkende teams worden ingevlogen uit de VS en Europa om de bestaande Haitiaanse artsen team te versterken. En te ontlasten – want ook zij hebben familie in Port au Prince, waar velen nog helemaal geen nieuws van hebben ontvangen.

Hopital Albert Schweitzer heeft onze hulp nodig. Stichting Nederlandse Albert Schweitzer Fonds (dat tevens vele kleinschalige lokale initiatieven elders in de wereld ondersteunt) heeft ook de oproep gehoord. En biedt een verdubbeling van giften aan. Dit wil zeggen: wanneer wij geld overmaken naar gironummer 22 20 20 tnv Stichting NASF (Utrecht) onder vermelding van Hulp voor Haiti – Hopital Albert Schweitzer, zij deze bedrag verdubbelt doorsturen. Met Stichting NASF staan we dus twee keer zo sterk.

Ik wil iedereen oproepen om hierover na te denken, en indien mogelijk actie te ondernemen binnen deze strijd. Voor meer informatie kan ik jullie verwijzen naar:

Stichting NASF: www.nasf.nl
Hopital Albert Schweitzer: www.hashaiti.org
Blog van directeur Hopital Albert Schweitzer (dagelijkse update): hashaiti.blogspot.com

Groeten en bedankt,
Susannah

Advertenties

Treinflirt

januari 13, 2010

Vlak na Gouda kwam ie naast me zitten en sloeg nonchalant een gratis krantje open. Ik schoof een beetje balend mijn spullen onder de bank, draaide me nog meer richting raam en verzonk kort weer even in mijn eigen gedachten. Maar er klopte iets niet. Waarom had ik me weggedraaid? Gewoon automatisme. Dat doen mensen in de trein. Ik draaide weer terug en bekeek de jongen naast me vanuit mijn ooghoek. Hij was een paar jaar jonger dan ik, vrij klein, lichtbruine huid en had een james dean-achtig kapsel. Opeens voelde het alsof het helemaal geen vreemde was, maar alsof we al die tijd al samen in de trein zaten, op weg naar waar dan ook. Toen besefte ik dat zijn hand naast hem tegen de zijkant van mijn been – en vlakbij mijn eigen hand – rustte. En dat ik het niet erg vond. Ik ging een keer verzitten, hij schoof ook een beetje, en toen we Den Haag Centraal binnen reden hadden we opeens elkaars hand vast.

Eenmaal op het perron was de magie snel voorbij. We hadden nog een grappig gesprek over wat er zojuist was gebeurd, maar toen wilde hij meer. Hij werd opdringerig en ik was snel ontnuchterd. Niet mijn type. Verre van, zelfs. Ik rukte me van hem los en ging op weg naar de vriendin waarbij ik die avond oud & nieuw zou vieren. Maar wat er in die trein gebeurde begrijp ik nog steeds niet. Waarom voelde het zo vertrouwd? Waarom liet ik dat alles toe? En waar kwam die vreemde non-verbale klik vandaan?

Later bedacht ik me dat ik al vaker vreemde ontmoetingen had gehad op oudejaarsdag, vooral in het openbaar vervoer. Misschien ben ik anders op oudejaarsdag, misschien zijn andere mensen het ook. Misschien heersen er ineens andere regels, alsof we stiekem toch bang zijn dat het einde van de wereld intreedt als de klok die avond twaalf slaat. En staan we met z’n allen net een tikje meer open voor de ander dan op alle andere dagen van het jaar. Wellicht is oudejaarsdag, meer dan kerst, hét moment om het individualisme even te doorbreken (Beatrix deed voor het tweede achtereenvolgende jaar een dappere poging) en te ervaren hoe het leven ook kan zijn. Zodat we daarna weer even voort kunnen met onze naar binnen gekeerde levens. In elk geval totdat Oranje het WK wint.

De avonturen van Jim Pansé

november 21, 2009

Chasing Rabbits

september 2, 2009

Oke oke er is al veel te veel over dit onderwerp geschreven, dus ik besef terdege dat ik weinig exclusief ben. Maar ik ga toch ff iets schrijven over Twitter. Niet omdat het HET ultieme communicatiemiddel is waar we al jaren op zaten te wachten en ook niet omdat ik anti ben. Maar wel omdat je tussen de regels – nou ja, tweets dus – door veel kunt leren over de tijdsgeest waarin we leven. Of andersom: de tijdsgeest waarin we leven bepaalt de populariteit van Twitter. Het is maar net waar je wil beginnen.

Vorig jaar had ik her en der al leuke gesprekken over de populariteit van de toepassing zelf. Twitter kan – zoals ook andere sociale netwerken – gezien kan worden als een getuige van een trend richting een soort re-connectiviteit in een wellicht doorgeslagen individualistische samenleving. De service kan daarbij functioneren als laagdrempelige manier om opnieuw contact te houden met de buitenwereld. Maar dan wel bij de oudere generatie. Want het zijn niet de tieners en twintigers die de grootste groep op Twitter vormen en twitterfeestjes organiseren. Zij zoeken elkaar liever gewoon nog spontaan in de kroeg op en hebben daar ook alle ruimte voor.

forthebirds2

Maar  de manier waarop we dat doen dunkt me als lichtelijk autistisch. Misschien is het specifiek voor de groep die ik volg, maar het valt me steeds opnieuw op dat de meerderheid van de Tweets – hoe verschillend ook in onderwerp – dezelfde boodschap in zich dragen. Namelijk dat de mensen achter de tweets een behoorlijk druk en bevredigend leven hebben. De meesten twitteren dan ook dat ze:

a) … ergens zijn. Bij een vergadering, een afspraak buitenshuis, een concert, in de trein, de auto, een restaurant, een ouderavond, een voetbalwedstrijd

b) … hard aan het werk zijn. Het liefst ook nog op een tijd dat je dat eigenlijk niet hoort te doen. Hoe vroeger in de ochtend  of later in de avond, hoe beter.

c) … een druk sociaal leven hebben – met een gezin, leuke kinderen, vriendjes, vriendinnetjes, en heel belangrijk:  live aanwezige andere tweeps

d) … op gezette tijden heel bewust even aan het relaxen zijn. Uitspraken als ‘zo nu even relaxen’, ‘vandaag eindelijk uitgeslapen’ en ‘nog even de krant lezen voor bedtijd’, zijn daarbij opnieuw een bevestiging van het drukke leven dat ze leiden.

wabbit

Het lijkt een rare tegenstelling dat Twitter enerzijds voortkomt uit de behoefte aan connectiviteit en aan de andere kant met name wordt gebruikt als platform waarop mensen laten zien dat ze toch eigenlijk al een onzettend druk en vol leven hebben. Of toch niet? Toen ik laatst voor de zoveelste keer in mijn saaie bescheiden leven op de bank hangend naar een interview met filosoof/psycholoog Trudy Dehue zat te kijken, sprak zij over ‘druk zijn’ als status. Volgens Dehue zitten we in en maatschappij waar je agenda volplannen en carriere maken de status quo is. Doe je dat niet, dan denken mensen al snel dat je depressief bent. De redenering van Bas Haring (in het boekje ‘Voor een Echt Succesvol Leven‘) schoot ook onmiddellijk door mijn hoofd. Succes betekent dat je moet groeien in je activiteiten, altijd maar groeien. Mensen die hun rustig kabbelende leven wel best vinden – geen heftige carriere hebben, niet graag hard werken en geen kinderen krijgen, hebben geen ‘succes’. En als je dan toch op Twitter zit om nieuwe vrienden te maken, dan moet je op zijn minst die kant van jezelf tonen die in maatschappij past. De kant die het meest lijkt op het witte konijn uit Alice in Wonderland.

Mijn bescheiden conclusie: We kunnen aan anderen laten zien dat we bestaan – en zelfs leuk zijn – door aan te tonen dan we druk zijn. Twitter is de plek waar we zoeken naar waardering voor dit bestaan. Waardering van zo veel mogelijk andere leuke, dus druk bezette, mensen.

*Pics by Pixar & Jachli

A little word from our sponsor

augustus 31, 2009

California

Academia 2009

augustus 31, 2009

Het begint erop te lijken dat het tij heel langzaam keert. De  voortgaande recessie en de grote toestroom van nieuwe studenten die niet vooraf financieel wordt gecompenseerd hebben er voor gezorgd dat de kritiek van universitaire besturen op de overheid aardig aan begin te zwellen. Met deze kritiek komt ook de onvrede over het reeds bestaande financieringssysteem en de angst voor nieuwe bezuinigingen bovendrijven. Men beseft dat het onderwijs lijdt onder het systeem, evenals de onafhankelijkheid van sommige wetenschappelijke disciplines die niet in het toegepast onderzoek thuis horen.

Dom_UU_2

Tijdens de opening van het Utrechts Academisch Jaar ging de voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Academie voor de Wetenschap er luid en duidelijk op in: De overheid claimt de kennismaatschappij en leurt met internationale ranglijstjes, maar de rijksinvesteringen in het onderwijs zijn het laagst van heel Europa. Vormen van niet-collectief of bedrijfsgefinancierd onderzoek komen in het gedrang, kleine opleidingen verdwijnen en de kwaliteit van grote opleidingen gaat hard achteruit. Tot slot werd de maatschappelijke rol van onderzoekers ook onder de loep genomen: “Al die prachtige initiatieven ten spijt, moet het begrijpelijk naar buiten brengen van wetenschap naar een breed publiek ook bij universitaire bestuurders en collega- onderzoekers gaan meetellen. Onderzoekers verdienen nu weinig bonuspunten met publiekslezingen, scholiere activiteiten of andere inspanningen richting maatschappij”, aldus meneer Dijkgraaf. En van ‘weinig’ kun je gerust ‘geen’ maken.

Net als in de economie en de politiek schommelt de status van de wetenschap in een soort conjunctuurgolf tussen plus en min, tussen links en rechts, tussen toegepast bedrijfsmatig en onafhankelijk publiek. Laten we hopen dat we van dat laatste de komende tijd meer zien.

De retoriek van Wakker Nederland

augustus 2, 2009

“Publieke zenders één pot nat”, zo kopte de Telegraaf een week geleden. Uit een “representatief onderzoek” – dat is belangrijk natuurlijk, al was het maar omdat het beter klinkt – onder 678 personen in opdracht van Wakker Nederland (dus ook de Telegraaf) zou blijken dat mensen zich niet of nauwelijks verbonden voelen met publieke omroepen en vaak niet zouden weten van welke omroep programma’s afkomstig zijn. Onderzoeken in opdracht van partijen met een bepaald belang vind ik altijd een beetje eng, maar de uitkomst van dit onderzoek wil ik wel geloven. De ontzuiling was al bezig voordat Nederland ‘wakker werd’, zullen we maar zeggen. De conclusies die Wakker Nederland naar aanleiding van het onderzoek trekt, zijn echter typisch.

“Dit onderzoek bevestigt dat er behoefte is aan omroepen met een heldere signatuur. Zo was het bestel ook ooit bedoeld”, zegt Fons van Westerloo, voorzitter van WNL. “Meer dan 70.000 mensen zijn lid geworden van WNL, dat zijn allemaal personen die weer duidelijkheid willen.”

Nou nee, beste meneer van Westerloo. Het onderzoek bevestigt dat goede programma’s voor de kijker belangrijker zijn dan de omroep of het merk dat er achter zit. En elke omroep maakt goede en slechte programma’s, dus kijkers verzamelen naar eigen smaak van alles wat. Ondanks de nieuwe reclames van KPN en kabelaars stelden wij eigenlijk al heel lang onze eigen TV avond samen. Die 70.000 mensen die lid zijn geworden van WNL zijn dus NIET op zoek naar een opleving van het oude omroepbestel, maar hopen dat er bij uw omroep nog een aantal programma’s te halen valt waar zij zich in kunnen vinden.

De rest van Nederland denkt overigens van niet.