Skip to content

Oh oh Den Haag (deel 2)

januari 19, 2011

Deze week wordt er dan eindelijk geprotesteerd tegen het hoger onderwijs- en onderzoeksbeleid van ons nieuwe kabinet. Al jaren wordt er geroepen dat Nederland internationaal moet exelleren en tot de top van kenniseconomieën moet gaan behoren, en al jaren werden er her en der low-profile bezuinigingsmaatregelen genomen die de weg daarheen eerder bemoeilijkten dan vrij maakten. Zo was het ingevoerde nieuwe leenstelsel al een klein beetje zorgelijk omdat je je kon afvragen of de drempel om te gaan studeren toch niet een beetje groter werd. En over de koers die er met academisch onderzoek werd gevaren heb ik mijn ideeën hier al vaker geventileerd. Maar de katalysator is nu natuurlijk het pakket aan bezuinigingsmaatregelen van het huidige kabinet Rutte, die zowel onderwijs als onderzoek treffen.

Dat deze bezuinigingen niet goed zijn voor de kwaliteit van ons onderwijs en onderzoek staat buiten kijf; Meer afstudeerders in minder jaar om de boetes te omzeilen zal ten koste gaan van van de kwaliteitseisen die er aan kennis en vaardigheden van studenten worden gesteld, minder overheidsgeld voor onderzoek betekent minder onafhankelijk en fundamenteel onderzoek. Maar wie goed opgelet heeft, zag het ook al van ver aankomen en eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik zelfs al een beetje verslagen en protest-moe was. Blijkbaar hebben we (nog steeds) een kabinet dat onderwijs en het algehele kennisniveau van een land niet meer beschouwt als een heilig huisje. En dus moet je in tijden van crisis ook daar bezuinigen. Stomme beslissing natuurlijk, maar het komt niet onverwacht en is ook niet verbazingwekkend.

Echter toen ik vanmiddag naar het spoeddebat hierover zat te kijken, overviel mij toch een nieuwe aanval van frustratie. Niet over de bezuinigingen zelf, maar over het feit dat de staatssecretaris van onderwijs doodleuk stond te beweren dat zijn kabinet nog steeds de titel van beste kenniseconomie aan het nastreven was. Dat er nog steeds ruimte was om international tot de top 5 ranglijst te behoren. Waarom kan zo’n man niet gewoon eerlijk zeggen dat dat er even niet in zit? En dan nog de uitspraak dat universiteiten best opleidingen kunnen schrappen omdat die elders al aangeboden worden, die werd gevolgd door de bewering dat er geen ontslagen hoeven te vallen. Waar precies denkt meneer Zijlstra dan dat die docenten en medewerkers van zo’n opleiding heen gaan?

Ach ja, misschien ziet hij wel voor zich hoe docenten en studenten straks gaan forenzen van en naar enige universiteit in Nederland die opleiding X in de toekomst op grote schaal aanbiedt. Gewoon lekker met de auto, want van de OV jaarkaart blijft ook niet veel over en bovendien heeft de VVD ons bredere wegen beloofd. Of nog beter: stop alle opleidingen in Den Haag. Dan hoeft de PVV zich, zoals vanmiddag het geval was, ook geen zorgen te maken over het betalen van bussen die protesterende studenten en medewerkers naar het Malieveld moeten brengen.

Advertenties

Stof

januari 1, 2011

Al vele malen heb ik geprobeerd in de afgelopen zes maanden een nieuwe blogpost te schrijven. Tijdens momenten van verbazing, vertedering en verontwaardiging. Zo was er een zomer met een zinderende halve finale tegen Brazilie met veel bier, nieuwe mensen en een plantenspuit. En een Vlaamse dame naast me die de week daarop meer teleurgesteld was over de finale uitslag dan heel Nederland bij elkaar. Ik heb geleerd dat Gaudi aan zijn einde is gekomen door al dromend onder de tram te lopen, en ook waren er vier Hagenezen in Chersonissos die een conflictueus bedoeld televisieformat zonder moeite hebben omgezet naar een harmonieuze gezellige vakantie. Er was een wit besneeuwd weiland met daarin de eenzame hals van een zwaan die even opkeek toen mijn trein voorbij gleed. En er bivakkeerde een vriendelijke bebaarde man bij ingang de Albert Heijn die niks kocht noch verkocht en me nog het meest deed denken aan meester prikkebeen. Ondertussen zijn er op mijn Universiteit zoals gevreesd toch opleidingen en onderzoekstrajecten geschrapt wegens bezuinigingen, maar kreeg ik op de valreep – en tot mijn vreugde – nog wel groen licht om mijn proefschrift dit jaar verder af te maken.

Maar nu is het dan opeens 2011 en heb ik van dit alles niks opgeschreven. De reden daarvoor is dat er een veel grotere verandering heeft plaatsgevonden. En een enge, want ik werd verliefd. Op een man met een bagagedrager, een kat en een huis in Amsterdam. Eentje waarmee ik in het afgelopen half jaar al mijn niet geschreven blogposts al heb gedeeld. En nu pas, op 1 januari van het nieuwe jaar, heb ik weer de rust wat te typen, terwijl buiten het stof der nieuwjaarsnacht nog langzaam neerdaalt.

Is dit dan mijn laatste post? Het antwoord is nee. Het begint alweer te kriebelen en er zal in 2011 genoeg zijn dat ik met de rest van de wereld wil delen. En vrees niet, zo zoet als nu worden ze zelden. Ik ga gewoon lekker door met bloggen over de triviale zaken des levens. Maar voor wie het alvast wilde weten: ik ben er nog, en het gaat eigenlijk best lekker ook.

Ik wens iedereen een heel gelukkig nieuwjaar!

Vrouwen en Techniek

mei 29, 2010

[Deze column is eerder verschenen in het HDTV Magazine #1/2010]

In de herrie van geluidssystemen en demonstratiefilmpjes sta ik naar een 56 inch superbreedbeeld scherm te kijken, wanneer er een man naast me komt staan. “Dat is niet de prijs van die TV hoor wijffie”, grinnikt hij en wijst op een bordje onder het scherm waar €19,95 op staat en de DVD van Harry Potter naast ligt. Beleefd lach ik terug. Na een korte stilte verzucht ie: “Wel een mooi scherm hè? Tsjongejongejonge”. “Nou, ik vraag me af hoeveel zwarte pixels je over houdt als je er een gewone 16:9 TV uitzending op zou willen kijken”, wil ik tegen hem zeggen. Maar ik hou mijn mond, want ik ben bang dat ik het natuurlijk evenwicht zal verstoren. Ik ben een vrouw en hoor dus geen verstand te hebben van televisieschermen. Dat ik toevallig onderzoek doe naar HDTV kan de beste man ook niet weten. Ik glimlach nogmaals en druip af richting de huishoudelijke apparatuur.

Mijn terughoudendheid bij de elektronicawinkel afgelopen week was niet nieuw. Al vaker werd het me duidelijk dat het ongewoon was om me als vrouw in televisies te verdiepen. Mijn vriendinnen houden zich ook niet bezig met het verschil tussen HD-Ready en Full-HD. Zij hebben slechts twee eisen: de TV moet werken en hij moet er een beetje fatsoenlijk uitzien. Volgens communicatiewetenschapper David Morley kunnen we nieuwe technologieën verdelen in mannelijk en vrouwelijk, al naargelang onze rollenpatronen in de maatschappij. Zo is de wasmachine het domein van de vrouw en de televisie die van de man. Híj zoekt het toestel uit, installeert hem en behoudt graag de controle over de afstandsbediening. Zíj bewaakt in dit proces alleen de esthetiek en de sociale cohesie: de TV moet bij het interieur passen en niet storend zijn als je met elkaar wil praten.

Dat de flatscreen TV’s al jaren als warme broodjes over de toonbank gaan, is dan ook niet gek. Voor vrouwen zien ze er mooier uit, voor mannen is zo’n scherm een leuke gadget. Het wordt dan pas weer een probleem wanneer het scherm te groot wordt. Zo stond er bij de Mediamarkt ooit een scherm van 2,5 meter hoog, waarbij passerende vrouwen zich afvroegen welke idioot zo’n ding in huis wilde hebben, terwijl hun mannen zich druk maakten over de logistiek. Begrijpelijk, want krijg het gevaarte maar eens door je voordeur.

Toch kun je je afvragen of er anno 2010 niet meer vrouwen zijn die best weten waar je op moet letten als je een televisie koopt. Persoonlijk denk ik van wel. Misschien zijn ze niet in de meerderheid, maar in een samenleving met zoveel singles, werkende vrouwen en parttime huismannen mag je toch eigenlijk verwachten dat de traditionele patronen een beetje veranderd zijn. Dat er bijvoorbeeld ook tussen de lezers van het HDTV Magazine minstens een paar dames zitten. Dames die, net als ik, bij de aankoop van een nieuwe televisie eerst zorgvuldig alle technische eigenschappen bestuderen. Nou ja, voordat ze, net als ik, alsnog de Sony Bravia kiezen. Want die is er tenminste ook in het roze.

Bakfiets

mei 2, 2010

Alleen het Spui in Den Haag had ik nog nodig om mijn collectie supermarkt-monopoliekaarten compleet te maken en een bakfiets te winnen. Niet dat ik zo nodig een bakfiets moet hebben. Integendeel, sinds ze gebruikt worden als hippe gadget voor dubbelverdienende grachtengordel-dertigers om hun kinderen honderd meter verderop naar school te brengen heb ik er zelfs een beetje een hekel aan. Maar je weet maar nooit of je nog een keer bij wijze van even niet opletten per ongeluk lid gaat worden van die categorie mensen, of wat ie anders waard is op marktplaats.

Maar ze doen het slim hoor, bij de supermarkt. In een week geven ze een hele stapel bij-elkaar horende kaarten weg bij elke tien euro aan boodschappen. De week daarop boren ze dan een andere stapel aan, zodat je eigenlijk alleen maar kans maakt als je in één week ongeveer honderd keer boodschappen doet. Maar toch, je blijft hopen op die laatste kaart, die ene die je nog niet hebt. Zelfs als je ziet dat er op online fora voor dezelfde kaart al 300 euro wordt geboden door een desperate huismoeder of -vader wiens leven volledig incompleet is zonder de bewuste bakfiets.

Zo luisterde ikzelf gistermiddag aandachtig mee toen een man achter me in de rij even geen antwoord wist op de vraag of ie monopoliekaarten spaarde. “Eh, nee, moet dat dan?” Vroeg ie met iets dat leek op een Gronings accent. De caissière schudde haar hoofd. Opeens ging mijn mond open. “U  kunt ze ook aan mij geven” kwam eruit. De caissière gaf mij zonder afwachten een monopoliekaart. Kut, dacht ik, ééntje maar. Had ie niet wat meer kunnen kopen? Maar toen ik opkeek op naar de meneer in kwestie waren al mijn zorgen voorbij. De man zag eruit als een blonde knappe engel. In een smerige blauwe overall en met een Gronings accent, maar een engel niettemin. Had ie meegedaan met boer zoekt vrouw, had ik geen moment getwijfeld. En het kon dus ook niet anders of in die ene kaart die hij mij zojuist had geschonken moest  zich het Spui bevinden.

Eenmaal buiten bij mijn fiets zag ik hem de supermarkt uit lopen en op een drafje de hoek om verdwijnen. Ik fietste naar huis, gooide de boodschappen neer en rukte het kartonnetje van de kaart. “Herenstraat, Groningen.” stond er. Waarmee ik kon gaan sparen voor een heuse pannenset. De  volgende keer spreek ik alleen nog Hagenezen aan.

Verboden Liefdes

februari 14, 2010

“Ja, ik verwacht bergen post”, zei John Bakker van de ANWB afgelopen vrijdagochtend tegen Giel Beelen op de vraag wat hij met Valentijnsdag ging doen. Even overwoog ik om hem een kaartje te sturen met “lieve John, je hebt zo’n mooie stem”, opdat ie niet teleurgesteld zou zijn. Ik heb de gedachte snel verworpen, maar terwijl Beelen doorkletste, mijmerde ik onder de douche nog wel een beetje door over Valentijnsdag. Ik heb een raar soort haat-liefde verhouding met die dag. Het concept vind ik nog steeds leuk, maar ergens sluipt er altijd de gedachte in dat mijn liefdesleven nog steeds grotendeels afwezig en voor het andere deel een puinhoop is. En dat er van de dag dus niets te verwachten valt.

Toch ik ben ook niet een van die mensen die het volledige onzin vinden om een dag uit te kiezen die om de liefde draait. De kritiek dat je de andere 364 dagen van het jaar ook je liefde voor iemand kunt tonen, betekent niet dat iedereen dat lukt. De mensen met een relatie misschien wel (ook al verzanden die ook regelmatig in een zombiemodus), maar voor zoekende en af-en-toe datende singles zoals ondergetekende is je liefde verklaren een hele andere koek. Voor die mensen valt er op zo’n dag tenminste nog iets te beleven. Nou ja, dan moet je natuurlijk wel een doelwit hebben, of een doelwit zijn. En er zijn uiteindelijk weinig mensen die überhaupt iets durven.

Maar ook als heb je geen heimelijke verliefdheid of kans hebt, valt er op 14 februari toch ook iets te winnen. De legende gaat dat Sint Valentinus tegen de regels in een christelijke vrouw met een heidense soldaat liet trouwen, omdat hij de liefde tussen die twee belangrijker vond dan de status quo. Valentijnsdag gaat dus eigenlijk om ons respect voor de liefde. Inclusief en vooral het soort liefde die niet “kan”, omdat het niet in ons laatje met normen en waarden hoort.

Verboden liefdes, liefdes met leeftijdsverschil, klassenverschil, tussen geloven, liefdes op de werkvloer, tussen mensen van dezelfde sekse, enzovoort. Alle soorten waarover we vaak meteen de neiging hebben te oordelen. Omdat we zo zijn opgevoed, omdat we er bang voor zijn, er slechte ervaringen mee hebben, of omdat we het ons gewoonweg niet voor kunnen stellen. En dat terwijl de populaire cultuur bol staat van de boodschap dat liefde maar nauwelijks te sturen valt. En dat de gevoelens en ervaringen van de één niet die van de ander hoeven te zijn. Laten we daar, in stilte of hardop, toch minstens 1 dag in het jaar even bij stilstaan.

Ik wens iedereen een hele mooie Valentijnsdag!

Zeepbellen

januari 31, 2010

Het is zondagavond, een mooie tijd voor wat licht verteerbare bèta-wetenschap. Ik vond vandaag op youtube een mooie documentaire van de BBC (2002) en eentje van history channel (2008) over parallelle universa. Als we beide docu’s mogen geloven zijn er aanzienlijke wetenschappelijke aanwijzingen dat er inderdaad andere universa bestaan in dimensies die wij niet waar kunnen nemen. Een oneindig feest van zeepbellen, waarbij de kans aanwezig is dat er soorten bij zitten die verdomd veel lijken op het onze, maar waarbij we door net andere omstandigheden net een ander (of überhaupt geen) leven leiden. Een beetje eng,  maar ergens wel prettig als je niet kunt kiezen. Wat je ook doet, in de andere universa doe je immers iets anders. Afgezien van het botsgevaar met zo’n ander universum teken ik ervoor. Komt nog bij dat het thema dankbaar wordt gebruikt door een van de beste bands op deze slechts driedimensionale planeet.

Wild Things

januari 23, 2010

“Als monsters gaan huilen kun je me opvegen”, hoorde ik mezelf zeggen na afloop. We waren naar “Where the Wild Things Are” geweest en mijn bioscoop-metgezel vond het grappig dat ik weer een potje had zitten grienen aan het eind van de film. Later besefte ik dat het niet om huilende monsters was, maar wel om de reden waarom het monster huilde. Hij was teleurgesteld in het leven en wist tegelijkertijd dat er niemand was, die daar daadwerkelijk wat aan kon doen. Niemand die hij de schuld kon geven, bovendien. En niemand die zijn behoefte aan sturing kon bevredigen.

“Zo is het eigenlijk ook”, zei mijn vriendin. “Ik weet niet waar we het idee vandaan halen dat het leven per definitie leuk is, of leuk moet zijn. Eigenlijk is het gewoon overleven.” Ik dacht plotseling weer aan de Matrix en zijn twee kleuren pillen. Rood voor de waarheid, blauw voor de sluimerende saaie droom. Ik geloof dat ik voor blauw zou kiezen. En nog liever zou ik helemaal niet weten dat ik überhaupt kon kiezen. Die mensen heb je ook – en die zijn misschien wel het gelukkigst.

Maar ondanks (of wellicht dankzij) de licht hopeloze ondertoon vond ik het verhaal van Maurice Sendak (auteur van het boek uit 1963, dat ik overigens nooit gelezen heb) en Spike Jonze (“Being John Malkovich”) zeker de moeite waard. Iedereen kan zich denk ik wel een klein beetje herkennen in het jongetje dat gewoon wil spelen, of in de monsters die hij tegenkomt. Monsters die ondanks hun vrijheid niet anders te blijken functioneren dan de mensen om ons heen. En dan is er nog herkenning in de oerbehoefte om af en toe gewoon een lekker te ravotten, dingen te bouwen, te slopen en je fantasie de vrije loop te laten. Zoals de trailer over Wild Things zegt: “There’s one in all of us”.